Annie MG Schmidt over de herfst

“Kouder en vroeger donker… dat is haast alles wat het voor die stakkers van stedelingen betekent, het najaar.

Ze zetten het direct om in zorgen: de kolen en de zolen en de winterjas.

Maar het grote complex van geuren en gevoelens dat een zich respecterende herfst behoort mee te brengen, dat is alleen aan een buitenkind beschoren.

De verlatenheid van een hoge koude hemel, waar duizenden kleine stipjes samenzwermen: de vogels gaan trekken… modderige wegen, kapot gereden door de bietenwagen, de wind over de kale polder, de kromgewaaide natte bomen op de dijk en de kreunende molenwieken.

Ja, eenzaamheid en verlatenheid van mist en natte wegen zijn sterker op het land, maar ook minder triest, en het thuiskomen in het lamplicht en in de geur van hete bruine-bonensoep is een veel groter genot dan het ooit in de stad kan wezen.

Herfst op het land is niet te vervangen.”

Annie M.G. Schmidt

Herfst op het land, – Wat ik nog weet