Column van Carianne; Mollen!

Ik moet er soms nog steeds aan wennen hoe mijn zoon denkt. Een van de dingen die hij niet van mij heeft, is zijn doelmatigheid. Neem het wormenhuisje. Natuurlijk weet hij dat hij de tegels van het pad niet mag optillen en niet mag graven in het grasveld in de tuin, maar hoe moet hij anders wormen vinden voor zijn wormenhuisje? Op een zonnige zaterdag stonden we zo tegenover elkaar, hij wilde beslist wormen vinden, ik wilde beslist niet dat hij dat zo deed. Mijn enige twee opties waren bad cop spelen en een zonnige dag voorbij laten gaan of erop uit gaan. De keus was snel gemaakt een dik half uur later zaten we met vriendje, moeder van vriendje, proviand, verzameldoosje, water en zonnebrand in de Broekpolder. De vondsten waren legio – vooral veel pissebedden onder rottende boomstammen, maar ook copulerende libellen en kevertjes die je zo op je hand kon zetten – en de zon stralend. Een geslaagde dag, toch? Bijna. Het begon tijd te worden om naar huis te gaan, maar wederom stonden zoon en moeder tegenover elkaar: mama, ik wil terug, we hebben nog niet genoeg wormen! Dit keer moest ik mijn politiepet toch echt opzetten en gingen we echt naar huis, maar ik heb het nog wel vele dagen gehoord: dat idee van mama was niet het beste – een hele middag weggeweest voor maar twee wormen!