Ik ga ook zwemmen!

In zee? Natuurlijk wil hij dat wel. Vol bombarie: “Nee, ik ren er niet in, ik ga ook zwemmen!” Ik glimlach. Het is misschien niet helemaal eerlijk om mijn zoon als alibi te gebruiken, maar ik weet dat hij echt van de zee houdt.

Op het strand van Monster is alles heel ontspannen. Op de foto met de in Píkachu-pakken gehulde mannen, de collectebus voor het goede doel bijvullen, en een grote groep mensen die zonder grote tas het strand op lopen – dit is immers ook de ‘nieuwjaarsreceptie’ van Monster. Onder het slaken van een gebroederlijke oerkreet storten we ons met zijn honderden op de branding.

De duik is koud, nauwelijks een duik te noemen en zwemmen komt er helemaal niet van. Wat een leuk begin van het jaar! “Volgend jaar ga jij met papa he?” Ik weet dat dat niet gaat gebeuren, maar ik begrijp dat de kans op een herhaling van de moeder-zoon activiteit ook klein is.

Met een chocomel in mijn hand kijk ik naar de plek waar we zojuist liepen. Het lijkt of er nog maar twee mensen in badkleding lopen. Hand in hand lopen ze de zee in en nemen ze een goede duik. Ik sluit mijn ogen en stel me even voor hoe het is. Naast me hoor ik: “Weet je dat er een groepje is dat dit regelmatig doet, het hele jaar door doet?” Ik knik. Het heeft wel iets, een kneipp-achtige energie, iets vrijs.

Thuis lees ik over ijszwemmen, dat het voelt of er 1000 naalden in je lijf prikken en dat je het alleen mag doen met begeleider. Het heeft iets, iets krankjorems.

-Carianne Buurmeijer-