Ik hou van heuvels

Sommigen doen het met Evy, maar ik kan het niet met haar. Sowieso niet met koptelefoon hoor. Als ik ren, wil ik niet aan mijn oren denken en dingen die daar uit kunnen vallen. Ik kan het ook niet op een loopband. Wie houd ik voor de gek, ik kan het helemaal niet. Ja, vroeger. Op de loopschool, toen ik netjes op technieken, snelheid en duur trainde en 2-3 keer per week liep.

Een van de mooiste trainingen was altijd de fartlek. Net als wanderlust en hygge, een on-Nederlands natuurlijke manier van genieten. Pas deed ik weer zo’n training met mijn loopmaatje: in het klauterwoud krachttrainingen op de speeltoestellen, versnellingen van boom tot boom, kortom: gebruiken wat je onderweg tegenkomt. Niets is gepland en continu passen we ons loopje aan. Toen we bij de uitkijktoren stonden, konden we dan ook niet anders dan alleen maar op, en af, en op, en af. Ik moest denken aan de marathonloopster die mij ooit leerde om heuvel opwaarts tegen jezelf te zeggen: ik hou van heuvels, ik hou van heuvels.

Zoals ik dit opschrijf klinkt het alsof we een hele flinke training hebben gehad. Terugkijkend op mijn polar app (ja, daar kan ik het dan weer wel mee) valt dat wel mee. We hebben niet langer dan 35 minuten gelopen, en de stijging was niet meer dan 30 meter. Maar wat wel: we hebben we wel een praatje gemaakt met de boswachter, de lente opgesnoven, de modder op onze schoenen gelopen en als kleine kinderen gespeeld en gelachen. De volgende keer dat ik langs dezelfde heuvel loop, denk ik er weer aan en voel mijn pas versnellen. Ik hou van heuvels, ik hou van heuvels, ik.hou.van.heuvels.

-Carianne Buurmeijer-